Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web
I8 financieelnieuws - ongevallenverzekering, nieuws en links over ongevallenverzekeringen
hypotheek, goedkoopste hypotheek, hypotheken

I8 financieelnieuws

aansprakelijkheidsverzekering
anw hiaat verzekering
arbeidsongeschiktheidsverzekering
autoverzekering
bedrijfsverzekering
beroepsaansprakelijkheidsverzekering
beleggen en sparen
bestelautoverzekering
bootverzekering
bromfietsverzekering
bruiloftverzekering
caravanverzekering
fietsverzekering
glasverzekering
golfverzekering
hobby verzekering
huizen (verzekering)
huisdierenverzekering
hypotheek
hypotheekrente
meer hypotheken
inboedelverzekering
instrumentenverzekering
kampeerautoverzekering
kapitaalverzekering
koopsom
krediet
levensverzekering
lijfrente
motorverzekering
notaris
ongevallenverzekering
oldtimerverzekering
pakketpolis
opstalverzekering
overlijdensrisicoverzekering
pensioen
reisverzekering
rechtsbijstandverzekering
sieraden-verzekering
sportwagenverzekering
skate-polis
scooterverzekering
taxatie
uitvaartverzekering
wao-hiaat-verzekering
ziekenfondsverzekering
ziektekostenverzekering
usa financial sites
links

Welkom op I8 financieelnieuws, de rubriek ongevallenverzekering

I8 financieelnieuws geeft u nieuws en informatie over alle financiele producten. Bij I8 financieelnieuws kunt u vrijblijvend een offerte aanvragen of online een verzekering afsluiten



Op deze site treft u diverse informatieblokken (nieuws) en links aan over ongevallenverzekering. Voor meer inhoudelijke informatie over ongevallenverzekeringen adviseren wij u de site gezinsongevallen verzekering te bezoeken.

ongevallenverzekering nieuws (1)

Huisdierenverzekering

      

Een huisdierenverzekering dekt kosten ten gevolge van een ongeluk of ziekte van uw trouwe viervoeter, miauwende metgezel of andere behaarde of gevederde huisgenoot. Dierenartskosten kunnen immers behoorlijk oplopen. Vooral als er een operatie, rφntgenfoto’s en/of dure medicijnen nodig zijn.

 

Er bestaan twee soorten huisdierenverzekeringen:

-         Ongevallenverzekering: deze verzekering dekt (tot een bepaald maximum) de kosten die u moet maken ten gevolge van een ongeluk van uw huisdier.

-         Ziektekostenverzekering: deze verzekering dekt (tot een bepaald maximum) de kosten ten gevolge van ziekte van uw huisdier.

Uiteraard kunt u ook kiezen voor een combinatie van deze twee soorten. Vaak zal de premie dan lager zijn dan wanneer u beide verzekeringen apart afsluit.

 

Kosten voor castratie, sterilisatie en de behandeling van erfelijke aandoeningen worden over het algemeen niet vergoed. Sommige verzekeraars bieden hiervoor wel pluspakketten aan. Informeer bij uw verzekeringsmaatschappij!

 

Een huisdierenverzekering wordt meestal voor een periode van vijf jaar afgesloten. U betaalt de premie over het algemeen in ιιn keer voor de gehele verzekeringsperiode.

 


Aangeboden door: verzekering-winkel.com/ongevallenverzek

ongevallenverzekering nieuws (2)

Kleine winststijging voor Aegon


DEN HAAG - Aegon heeft in het derde kwartaal een nettowinst geboekt van 448 miljoen euro. Dat is 3 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar, toen de winst 435 miljoen euro bedroeg. Nederland wist niet bij te dragen aan de winstgroei. Het resultaat in de thuisbasis daalde met 3 procent. De resultaten die de verzekeraar donderdag presenteerde waren beter dan verwacht. Analisten hadden voorspeld dat Aegon een winstdaling zou presenteren. De omzet van het verzekeringsconcern steeg met 2 procent tot 6,81 miljard euro. De ziektekosten- en ongevallenverzekeringen drukten op de omzet. Deze verzekeringsproducten noteerde een inkomstendaling met 3 procent.
Bron "Kleine winststijging voor Aegon" : nu.nl
Aangeboden door: ongevallen

ongevallenverzekering nieuws (3)







1. Van belang voor iedere ondernemer


1. Is uw bedrijfsfinanciering optimaal?

Het verschil in belastingdruk tussen de drie boxen in het per 1 januari 2001 ingevoerde boxenstelsel is zo groot dat het profijtelijk kan zijn om de financieringsstructuur binnen uw onderneming daarop aan te passen. Onder het nieuwe belastingstelsel wordt het rendement op (overtollige) liquide middelen binnen de onderneming belast tegen maximaal 52% (voor IB-ondernemingen) c.q. 50,8% (voor BV's, de vennootschapsbelasting plus aanmerkelijk-belangheffing), terwijl dat rendement in privé in box 3 belast wordt tegen 1,2% van de gemiddelde waarde van de betreffende bezittingen. Bij een rendement van 7% komt dat neer op een belastingdruk van 17,14%; slechts eenderde van de belastingdruk in de onderneming!
Door (overtollige) liquide middelen aan de onderneming te onttrekken (bij BV's: als dividend uit te keren) krijgt u vermogen beschikbaar voor belegging in box 3 tegen de gunstige vermogensrendementsheffing.
Heeft u geen overtollige liquide middelen (meer) beschikbaar in de onderneming, ga dan na of een (her)financiering van bepaalde activa in dit kader niet wenselijk is. Bij een goede aanpak kunt u de financieringsrente in de onderneming als bedrijfskosten opvoeren en daarop een belastingbesparing realiseren die aanmerkelijk hoger is dan de belasting die u privé (in box 3) verschuldigd bent over het rendement op de aldus verkregen, in privé belegde middelen. Zo kan een sale-leasebackconstructie met het bedrijfspand voordelig uitpakken.

Wanneer van belang?
In alle gevallen waarin de onderneming meer middelen en/of vermogen ter beschikking heeft dan voor een gezonde bedrijfsvoering noodzakelijk is.

Welk voordeel?
Door de financieringsstructuur van uw onderneming aan te passen aan het nieuwe belastingstelsel maakt u optimaal gebruik van het verschil in belastingdruk tussen de drie boxen.


2. Let op uw MOT-meldingen

Handelaren in bepaalde zaken van grote waarde zijn vanaf 28 december 2001 wettelijk verplicht om ongebruikelijke transacties te melden bij de overheid (de Wet MOT). Het betreft handelaren in voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden en juwelen. Deze handelaren moeten bij alle transacties met een contante betaling van € 15.000 of meer de klant om een legitimatie vragen én deze transactie melden bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties te Zoetermeer.
De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) is dit jaar gestart met het bezoeken van handelaren in zaken van grote waarde. Naar verwachting zal de Belastingdienst volgend jaar bij diverse handelaren een controle instellen om na te gaan of voldaan is aan de meldplicht. Als bij die controle blijkt dat u niet voldaan heeft aan de meldplicht, kunt u forse boeten opgelegd krijgen. Voorkomen is ook hier beter dan genezen: ga in overleg met uw adviseur na of u MOT-plichtig bent, en zo ja, dat u voldaan heeft aan de meldplicht.

Wanneer van belang?
Als u handelt in voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden en juwelen.

Welk voordeel?
Door correct aan uw MOT-meldplicht te voldoen voorkomt u hoge boetes.


3. Investeringen: spreiden of concentreren?

Bent u van plan om op korte termijn flink te gaan investeren? Dan is het zinvol om na te gaan of u die investeringen allemaal nog dit jaar moet doen, of dat u die beter kunt spreiden over dit jaar en volgend jaar. Met een eenvoudige rekensom kunt u zo de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) optimaliseren.
Om voor de KIA in aanmerking te komen moet u dit jaar voor meer dan € 2.000 en tot maximaal € 279.000 investeren in premieabele bedrijfsmiddelen. De KIA varieert van 25% tot 3% van het investeringsbedrag. Naarmate u meer investeert, krijgt u een lagere aftrek. De aftrek bedraagt 25% bij investeringen tot € 33.000, 22% voor investeringen tot € 64.000 en 19% tot € 93.000. Bij € 93.001 aan investeringen valt de aftrek terug tot 16%.
Door deze schijvenindeling kan het voordelig zijn om investeringen te 'knippen' en over twee jaren te spreiden: in één jaar iets meer dan € 248.000 investeren geeft recht op 3% aftrek, terwijl in twee jaar € 124.000 investeren recht geeft op twee keer 16% aftrek!
Blijft u met de investeringen dit jaar onder de drempel van € 2.000 dan doet u er verstandig aan de in 2004 geplande investeringen naar voren te halen en die nog dit jaar te doen. Zeker als u met de investeringen in 2004 wederom onder de drempel blijft. Twee jaar achtereen € 2.000 investeren levert geen aftrek op, een keer € 4.000 geeft een aftrek van 25%.

Wanneer van belang?
Vooral als u flink investeert.

Welk voordeel?
Het spreiden van de investeringen over twee jaar levert in het gegeven voorbeeld een aftrek op van € 39.680 in plaats van € 7.440. Voor een eenmanszaak levert dat bij een tarief van 52% netto een voordeel op van € 15.475, voor een BV is het voordeel ruim € 10.250.
Het concentreren van bescheiden investeringen in één jaar levert in het gegeven voorbeeld een aftrekpost op van € 1.000. Dat bespaart de eenmanszaak bij een tarief van 52% toch altijd nog € 520; de belastingbesparing in de BV is € 290.


4. Investeren in energiebesparing en milieu

Voor investeringen in bepaalde energiebesparende bedrijfsmiddelen krijgt u - naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek - een energie-investeringsaftrek (EIA). Bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de EIA staan vermeld in de zgn. Energielijst 2003. De aftrek wordt verleend indien in een jaar meer dan € 2.000 (tot een maximum van € 103.000.000) in de aangewezen bedrijfsmiddelen wordt geïnvesteerd. De aftrek bedraagt 55%.

Voor investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kan de Milieu-investeringsaftrek (MIA) worden geclaimd. De aanschaffingskosten en/of voortbrengingskosten van een nieuw bedrijfsmiddel komen in aanmerking voor aftrek als het bedrijfsmiddel voorkomt op de Milieulijst 2003. De aftrek bedraagt 15%, 30% of 40% van het investeringsbedrag.
De MIA wordt verleend naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek; de MIA kan niet cumuleren met de EIA, in een aantal gevallen wél met de vervroegde afschrijving op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen (de VAMIL).

Wanneer van belang?
Als u investeringen overweegt in milieuvriendelijke of energiebesparende bedrijfsmiddelen.

Welk voordeel?
Het uitstel kan u een extra aftrekpost op de bedrijfswinst opleveren van een fors gedeelte (tot ten hoogste 55%) van het investeringsbedrag.


5. Investeringen in een firma: planning vereist

Drijft u een onderneming tezamen met anderen in een maatschap of een vennootschap onder firma? Bedenk dan dat voor de hoogte van de kleinschaligheids- en energie-investeringsaftrek de totale investeringen in het samenwerkingsverband beslissend zijn. Vanaf 1 januari 2001 is niet langer het investeringsbedrag per ondernemer, maar het totale investeringsbedrag van alle firmanten tezamen beslissend voor de hoogte van de aftrek.
Deze samentelbepaling kost niet alleen investeringsaftrek in de maatschap of firma, maar pakt ook nadelig uit als één van de firmanten investeringen doet in zijn buitenvennootschappelijk bedrijfsvermogen. Indien bijvoorbeeld een firma met drie vennoten met ieder een gelijk winstaandeel in 2003 voor € 93.000 investeert in premieabele bedrijfsmiddelen, bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek per vennoot 19% over € 31.000. Indien één van de vennoten daarenboven in 2003 voor € 70.000 investeert in buitenvennootschappelijk bedrijfsvermogen - bijvoorbeeld in een pand dat hij aan de firma ter beschikking stelt - dient hij voor de vaststelling van het aftrekpercentage uit te gaan van een investeringsbedrag van € 163.000 (en niet € 101.000). Dat geeft hem recht op een investeringsaftrek van 11% over al zijn investeringen in 2003, óók over zijn aandeel van € 31.000 in de investeringen in de firma. De investering in het buitenvennootschappelijk bedrijfsvermogen kan dan ook beter plaatsvinden in een jaar waarin geen investeringen in de firma plaatsvinden.

Investeringen in (premieabele) bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van kleinschaligheidsinvesteringsaftrek indien dat bedrijfsmiddel bestemd is om voor 70% of meer aan derden ter beschikking te worden gesteld. Deze uitsluiting doet zich vaak voor bij investeringen in buitenvennootschappelijk bedrijfsvermogen. Indien een vennoot investeert in een buitenvennootschappelijk gehouden bedrijfsmiddel en dat bedrijfsmiddel wordt gebruikt in een firma met vier vennoten, met ieder een winstaandeel van 25%, wordt dat bedrijfsmiddel voor 75% ter beschikking gesteld zodat geen recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bestaat.

Wanneer van belang?
Als u een onderneming drijft in maatschaps- of firmaverband en investeringen in het buitenvennootschappelijk bedrijfsvermogen overweegt waarmee kleinschaligheids- en/of energie-investeringsaftrek kan worden verkregen.

Welk voordeel?
Extra investeringsaftrek.


6. Vermijd de desinvesteringsbijtelling

Bent u van plan om binnenkort een of meer bedrijfsmiddelen te verkopen waarvoor u in het verleden investeringsaftrek hebt genoten? Dan kunt u tegen een desinvesteringsbijtelling oplopen. Die bijtelling is verschuldigd indien u het betreffende bedrijfsmiddel verkoopt binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de investering plaatsvond. De bijtelling wordt berekend over de verkoopprijs, tegen hetzelfde percentage als indertijd aftrek is verleend, tot maximaal het bedrag van de eerder genoten investeringsaftrek. U moet de bijtelling betalen als u in 2003 voor meer dan € 2.000 bedrijfsmiddelen heeft verkocht.
Eind 2003 verstrijkt de vijfjaarstermijn voor investeringen uit 1999. Als u een bedrijfsmiddel wilt afstoten dat u in 1999 heeft verworven, kunt u de verkoop beter uitstellen tot januari 2004. U vermijdt dan de desinvesteringsbijtelling.

Wanneer van belang?
Als u binnenkort een bedrijfsmiddel gaat afstoten dat u in 1999 heeft verworven en waarvoor u investeringsaftrek heeft genoten.

Welk voordeel?
Door de verkoop tot 2004 uit te stellen bespaart u de belasting over de desinvesteringsbijtelling.


7. Vrije afschrijving: nog dit jaar toepassen!

Bepaalde investeringen in bij de wet aangewezen bedrijfsmiddelen mogen willekeurig - desgewenst in één keer tot op de restwaarde - worden afgeschreven. Het gaat met name om investeringen in bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de Nederlandse milieubescherming, in zeeschepen, investeringen in bedrijfsmiddelen die van belang zijn voor arbeidsomstandigheden (arboregeling) en investeringen in laboratoriumgebouwen waarin hoofdzakelijk speur- en ontwikkelingswerk zal plaatsvinden.

Wanneer van belang?
Indien u in de aangewezen bedrijfsmiddelen investeert.

Welk voordeel?
De vrije afschrijving biedt u de mogelijkheid om te schuiven met het afschrijvingspotentieel. Daardoor kunt u in 2003 de winst drukken en eerder van het belastingvoordeel genieten. Ook kan beter gebruik worden gemaakt van verliesverrekening en tariefsverschillen.

NB. Voor startende ondernemers met een eenmanszaak, in een firma enz. én voor ondernemers met een BV zijn er nog meer mogelijkheden voor vrije afschrijving. Zie aldaar.


8. Zorg voor een herinvesteringsvoornemen

Indien boekwinst wordt behaald bij de verkoop, beschadiging of het verloren gaan van een bedrijfsmiddel, kan de belastingheffing over die winst worden uitgesteld als de ondernemer het voornemen heeft om te herinvesteren. Die herinvestering hoeft veelal géén betrekking te hebben op een vergelijkbare zaak: de boekwinst op een vrachtauto kan zonder meer op de aanschafkosten van nieuwe inventaris worden afgeboekt. De boekwinst kan dan in een herinvesteringsreserve worden ondergebracht. Indien om welke reden ook niet tot herinvestering wordt overgegaan, moet de reserve weer aan de winst worden toegevoegd, uiterlijk in het derde jaar ná het jaar waarin het bedrijfsmiddel is verkocht.
De reserve moet al eerder worden opgeheven indien de ondernemer niet langer het voornemen heeft om te herinvesteren. Dat voornemen moet steeds per balansdatum bestaan. Daarom is het zaak het 'bewijs' van uw herinvesteringsvoornemen eind dit jaar te concretiseren.

Wanneer van belang?
Als u in 2003 een herinvesteringsreserve/ voordien een vervangingsreserve heeft gevormd.

Welk voordeel?
Tijdig vervangen voorkomt vrijval van de herinvesteringsreserve met de bijbehorende belastingheffing.

NB. Een vervangingsreserve die vóór ultimo 2000 is gevormd, is per 1 januari 2001 'automatisch' een herinvesteringsreserve geworden. Voor deze oude reserves blijft de vroegere termijn van vier jaar gelden; deze reserves kunnen wél gebruik maken van de ruimere toepassing van de nieuwe wettelijke regeling.

Bij het afboeken van de herinvesteringsreserve dient - net als indertijd bij de vervangingsreserve - rekening te worden gehouden met de zgn. boekwaarderegel. Deze regel dient niet meer per afzonderlijk bedrijfsmiddel, maar per jaarlaag van desinvesteringen en investeringen te worden toegepast. Zie ook het Advies van de Maand in Belastingzaken 2002, nr. 2, pag. 16 e.v.


9. Vorm een voorziening!

Verwacht u in de komende jaren uitgaven te moeten doen, die in wezen door de bedrijfsuitoefening in 2003 worden veroorzaakt? Bijvoorbeeld de saneringskosten van een in 2003 (en in voorgaande jaren) vervuild perceel grond? Vorm dan voor deze toekomstige uitgaven een voorziening ten laste van de bedrijfsresultaten over 2003. Zo'n voorziening is (volgens de Hoge Raad, zo blijkt uit het beroemde Baksteenarrest) toegestaan indien:
die uitgaven hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden die zich voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan; én
er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat die uitgaven zich zullen voordoen; én
die uitgaven ook overigens aan de periode voorafgaand aan de balansdatum kunnen worden toegerekend.
Niet vereist is dat er op de balansdatum een rechtsbetrekking bestaat tussen de ondernemer en een derde, waaruit de latere uitgaven voortvloeien.

Bij het vormen van een voorziening is 'inhaal' toegestaan. Als u niet eerder een voorziening heeft gevormd, kunt u eind 2003 een voorziening opvoeren voor alle tot dat tijdstip veroorzaakte kosten, ook voor de kosten die strikt genomen in een eerder jaar zijn veroorzaakt.

Wanneer van belang?
Als in 2003 kosten zijn veroorzaakt door de bedrijfsuitoefening, die pas in een later jaar tot uitgaven leiden.

Welk voordeel?
Door het opvoeren van een voorziening drukt u de winst over 2003 en incasseert u de belastingbesparing op de toekomstige uitgaven eerder.


10. Tref een voorziening voor punitieve boetes

Verwacht u in 2004 beboet te worden wegens een overtreding dit jaar van bijvoorbeeld de Warenwet, de Omroepwet, de Wet toezicht kredietwezen enz. Houdt er dan rekening mee dat dergelijke boeten dit jaar nog aftrekbaar zijn als bedrijfskosten, maar vanaf 1 januari 2004 niet meer. In het Belastingplan 2004 is voorgesteld om alle punitieve sancties vanaf 1 januari 2004 van aftrek als bedrijfskosten uit te sluiten; ook de belastingvrije vergoeding daarvan vervalt.
Als de overtreding dit jaar heeft plaatsgevonden kunt u op de balans een voorziening opvoeren voor de te verwachten boete. De boete kan dan dit jaar nog in aftrek op de winst worden gebracht. Een dergelijke voorziening lijkt eveneens mogelijk als de overtreding in 2003 heeft plaatsgevonden, maar die nog niet geconstateerd is door het bevoegde opsporings- of controleapparaat. Ga bij uw adviseur na welke punitieve sancties in uw branche kunnen spelen en of u nog dit jaar een voorziening moet treffen voor een te verwachten boete.

Wanneer van belang?
Als u dit jaar de wet hebt overtreden en op grond daarvan in 2004 of een volgend jaar een punitieve sanctie kunt verwachten.

Welk voordeel?
Door nog dit jaar een voorziening voor de te verwachten boete op te voeren vermijdt u de nieuwe aftrekbeperking en voorkomt u dat de boete niet in aftrek op de bedrijfsresultaten kan worden gebracht. Dat scheelt u 34,5% aan vennootschapsbelasting over het bedrag van de boete.


11. Egalisatiereserve: zorg voor de onderbouwing

Een kostenegalisatiereserve is een variant van de hiervoor (onder 9) bedoelde voorziening: u kunt als ondernemer een kostenegalisatiereserve opvoeren indien de bedrijfsuitoefening van dit jaar kosten heeft veroorzaakt, terwijl de met die kosten samenhangende uitgaven pas in een later jaar worden gedaan. Bij een kostenegalisatiereserve gaat het veelal om een voorziening voor toekomstige onderhoudsuitgaven. Voorwaarde voor de vorming van kostenegalisatiereserve is wel dat het om a-periodieke onderhoudskosten gaat, waarmee een substantieel bedrag aan kosten is gemoeid. Anders dan bij een voorziening wordt bij een kostenegalisatiereserve het bedrag van de toekomstige uitgaven wegens onderhoudskosten (naar het prijspeil ultimo 2003) tijdsevenredig aan de jaren toegerekend waarin die onderhoudskosten zijn ontstaan.
Als u een kostenegalisatiereserve op de balans ultimo 2003 wilt opvoeren, moet u nog dit jaar zorgen voor bescheiden waarmee u die reserve kunt onderbouwen. Denk bijvoorbeeld aan een reserve voor de kosten van toekomstig onderhoud aan uw bedrijfspand of aan een schip. Voor de onderbouwing van zo'n reserve kan een rapport van een aannemer, met daarin de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gemoeide kosten, goede diensten bewijzen.

Wanneer van belang?
Indien de bedrijfsuitoefening dit jaar kosten heeft veroorzaakt die nog niet tot uitgaven hebben geleid.

Welk voordeel?
Door een kostenegalisatiereserve te vormen geniet u de belastingbesparing eerder.


12. Beperk de kostenaftrekbeperking!

In de wet zijn diverse kostensoorten opgesomd die beperkt of in het geheel niet aftrekbaar zijn van de bedrijfswinst. Beperkt aftrekbaar zijn de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie - daaronder begrepen recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak - en van congressen, seminars, excursies, studiereizen en dergelijke, inclusief reis- en verblijfkosten. Deze kosten kunt u helemaal aftrekken en u kunt een bedrag van € 1.600 bij de winst tellen. U kunt er echter ook voor kiezen de kosten voor 90% af te trekken. Dit is voordelig als de beperkt aftrekbare kosten in 2003 in totaal minder dan € 16.000 bedragen.

Wanneer van belang?
Indien u voor meer dan € 16.000 beperkt aftrekbare kosten maakt.

Welk voordeel?
U kunt een groter deel van de kosten ten laste van uw winst brengen en geniet daardoor meer belastingbesparing.


13. Voordelige producten uit eigen bedrijf

Als werkgever kunt u uw medewerkers de producten en diensten uit uw eigen bedrijf met korting aanbieden. De wettelijke regeling voor personeelsverkopen is per 1 januari 2003 aangepast (zie ook Belastingzaken 2003, nr. 4, pag. 10) en daarbij is het voordeel dat u uw medewerkers met deze regeling kunt toespelen gemaximeerd op € 450 per jaar. Voor 2003 kunt u desgewenst nog gebruik maken van de oude regeling. En die biedt in vele bedrijfstakken de werknemers veel meer voordeel.

Volgens de 'oude' regeling voor personeelsverkopen kan de werkgever producten en diensten uit eigen bedrijf (die niet branchevreemd zijn) aan zijn medewerkers aanbieden voor de integrale kostprijs daarvan, dus exclusief de winstopslag. Vereist is dan wel dat de verstrekte hoeveelheid beperkt blijft tot hetgeen een gezin van de werknemer normaliter consumeert. Werknemers in de detail- of groothandel van levensmiddelen, dranken en andere consumptiegoederen kan dat een flink voordeel per jaar opleveren. Ook werknemers van energiebedrijven kunnen met deze regeling de kosten van hun huishoudelijke energieverbruik fors reduceren. En wat te denken van een aannemersbedrijf dat een woning voor een werknemer bouwt tegen de integrale kostprijs!
Per 1 januari 2003 is de regeling voor personeelsverkopen administratief versoepeld. Volgens de 'nieuwe' regeling kan een werkgever de producten en diensten uit zijn bedrijf aan werknemers aanbieden tegen de waarde in het economisch verkeer - de winkelprijs - minus 20%. Die opzet is een stuk eenvoudiger omdat de integrale kostprijs van het product - de minimaal door de werknemer te betalen prijs - niet meer behoeft te worden vastgesteld én de koppeling aan het normale gezinsverbruik is vervallen. Maar aan die versoepeling hangt wél een prijskaartje: het voordeel per werknemer per jaar mag niet meer bedragen dan € 450. Heeft de werknemer de regeling in enig jaar niet benut, dan kan hij de korting doorschuiven naar een volgend jaar, en wel over een periode van maximaal 3 jaar. Is de regeling 2 jaar niet benut, dan kan de werknemer in jaar 3 dus maximaal € 1.350 belastingvrije korting krijgen.

Dit jaar kunt u als werkgever kiezen tussen de oude of nieuwe regeling, volgend jaar geldt onverkort de nieuwe regeling. Dit jaar is daarmee het laatste jaar om uw werknemers een hogere korting dan € 450 op personeelsverkopen toe te spelen.

Wanneer van belang?
Als u binnen uw bedrijf aantrekkelijke goederen of diensten voortbrengt of verhandelt, u uw werknemers fiscaal vriendelijk wilt belonen en u hen volgens de oude regeling meer dan € 450 personeelskorting kunt bieden.

Welk voordeel?
Uw werknemers krijgen een belastingvrije korting tot het bedrag van de winstopslag op de producten.


14. Let op: maximaal 80 onbelaste maaltijden per jaar

Als werkgever kunt u uw medewerker per jaar maximaal 80 maaltijden belastingvrij vergoeden of verstrekken. Vereist is dan wél dat die maaltijden een meer dan bijkomstig zakelijk karakter hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval bij overwerk, koopavonden of tijdens dienstreizen. Zorg voor een onderbouwing van het 'meer dan bijkomstige zakelijke karakter' van de maaltijden! En voorkom dat de grens van 80 maaltijden per werknemer wordt overschreden. Lukt dat niet, dan moet voor de meerdere maaltijden een normbedrag per maaltijd bij het loon worden geteld. Dat bedrag is voor een ontbijt of een lunch (koffiemaaltijd) € 1,50 en voor een warme maaltijd € 3,00. De heffing daarover kan plaatsvinden met een eindheffing tegen het tabeltarief, maar ook op de reguliere wijze waarbij de loonheffing van de werknemer wordt ingehouden.

Wanneer van belang?
Als u uw werknemers gratis maaltijden verstrekt bij overwerk, tijdens dienstreizen enz. ofwel daarvoor een vergoeding geeft (bijvoorbeeld als onderdeel van een vaste kostenvergoeding).

Welk voordeel?
Door een zakelijke onderbouwing stelt u het belastingvrije karakter van de vergoeding of verstrekking veilig. Door een tijdige controle kunt u voorkomen dat de grens van 80 belastingvrije maaltijden wordt overschreden.


15. Regel het kerstpakket via de personeelsvereniging

Wilt u als werkgever uw medewerkers ook dit jaar weer een gratis, belastingvrij kerstpakket geven? Door het afschaffen van de feestdagenvrijstelling per 1 januari 2003 is dat een stuk lastiger geworden. Als werkgever kunt u het kerstpakket niet meer rechtsreeks onbelast aan uw medewerkers geven. Maar via een personeelsvereniging of personeelsfonds lukt dat nog wél. Vereist is dan wel dat sprake is van een vereniging of fonds waarin de werknemers de afgelopen vijf jaar - jaarlijks - een eigen bijdrage hebben gestort die per werknemer bezien niet lager is dan de jaarlijkse bijdrage van de werkgever per werknemer. Het bestuur van de personeelsvereniging kan besluiten om de werknemers een gratis kerstpakket te verstrekken. De waarde van dat pakket vormt géén loon, mits de werknemer géén recht heeft op een kerstpakket; het moet een cadeautje zijn. Zie voor meer toelichting Belastingzaken 2003, nr. 7, pag. 30.

Als niet voldaan wordt aan de voorwaarde van een gelijke bijdrage van werkgever en werknemers in de afgelopen vijf jaren, bijvoorbeeld omdat het personeelsfonds nog geen vijf jaar bestaat of zelfs nog moeten worden opgericht, kan toch al van de vrijstelling gebruik worden gemaakt. Werknemers en werkgever moeten dan nog wel dit jaar een - gelijke - bijdrage in het fonds storten, zonder dat de werknemers recht krijgen op een kerstpakket. Het is niet mogelijk om aan het verstrekken van een bijdrage door een werknemer het recht op een kerstpakket te koppelen!
Als de personeelsvereniging of het fonds nog geen vijf jaar bestaat doet u er verstandig aan om een en ander af te stemmen met de bevoegde inspecteur.

Wanneer van belang?
Als u uw werknemers een gratis, belastingvrij kerstpakket wilt geven.

Welk voordeel?
Met een onbelast kerstpakket voor de werknemers houdt u een goede traditie - en niet te vergeten: de goede arbeidsverhoudingen in uw bedrijf - in stand. De werknemer bespaart zich de heffing over de waarde van hetpakket: bij een gemiddeld belastingtarief van 40% en een kerstpakket van € 100 is de besparing € 40.


16. Sluit het jaar af met een groots personeelsfeest

Is 2003 zakelijk een goed jaar voor u en wilt u dat waardig afsluiten met een groots personeelsfeest? Voor de fiscale gevolgen hoeft u het niet te laten! Als u ten minste driekwart van uw werknemers uitnodigt voor het feest, kan een bijtelling bij het loon van de werknemers achterwege blijven mits de kosten inclusief BTW (voor personeelsfeesten, -reizen en dergelijke) in 2003 niet meer bedragen dan € 340 per werknemer. Viert u een jubileum, dan is het vrijgestelde bedrag zelfs € 454 per werknemer. Bij de berekening van de kosten per werknemer kunt u voor loon in natura-componenten de forfaitaire waarderingsregels aanhouden. Zo kunnen de kosten van een (luxe) diner worden gesteld op € 3,00, ook al kost de maaltijd in werkelijkheid een veelvoud daarvan.

Voor de omzetbelasting geldt géén faciliteit. De BTW op de kosten van het feest kan vanwege het BUA (het Besluit Uitsluiting Aftrek) niet als voorbelasting in aftrek worden gebracht, indien de kosten van deze en andere personeelsvoorzieningen per werknemer per jaar uitkomen boven de € 227.

Wanneer van belang?
Als u bijvoorbeeld in de gezellige decembermaand een leuke personeelsactiviteit wilt houden om een goed jaar waardig af te sluiten.

Welk voordeel?
Een gezellig personeelsfeest is goed voor de motivatie van uw werknemers en de samenwerking binnen uw bedrijf. Daar plukt u de zakelijke vruchten van!


17. Geef uw personeel een renteloze lening

Indien u als werkgever uw werknemer een renteloze of laagrentende lening heeft verstrekt, is het rentevoordeel in beginsel belast als loon. Dat loon wordt bij een renteloze lening in 2003 gesteld op 4,4% van de hoofdsom (2002: 4,5%; 2001: 5,25%), bij een laagrentende lening op het verschil tussen deze normrente en de berekende rente. Een renteloze lening leidt in het geheel niet tot een bijtelling van loon indien de werknemer de personeelslening heeft gebruikt:

voor de aanschaf van een eigen woning/ hoofdverblijf. De werknemer moet dan wel een schriftelijke verklaring inleveren dat hij het geld gebruikt heeft voor de koop van een eigen woning/hoofdverblijf en afschriften van de koop enz. overleggen. De werkgever dient die verklaringen bij zijn loonadministratie te bewaren;
om zaken te kopen, die de werkgever hem geheel of nagenoeg geheel belastingvrij had kunnen vergoeden, ofwel voor de aanschaf van een computer of de inrichting van een telewerkplek thuis.
Een belastbaar rentevoordeel hoeft niet per loontijdvak te worden aangegeven, maar uiterlijk bij het einde van het kalenderjaar of bij het eerdere einde van de dienstbetrekking.

De directeur-grootaandeelhouder kan als werknemer óók gebruik maken van deze regeling.

Wanneer van belang?
Als u renteloze of laagrentende personeelsleningen aan uw werknemers heeft verstrekt.

Welk voordeel?
Een renteloze lening kost de werknemer maximaal aan belasting 52% over 4,4% = 2,28% van de hoofdsom. Dat betekent dat de werknemer die de renteloze lening gebruikt om te gaan beleggen al voordelig uit is als met die beleggingen een rendement wordt behaald van meer dan 2,28%.


18. Leen van uw werknemers

Indien u als werkgever geld leent van uw werknemers, kunt u hun zonder fiscale problemen de rente vergoeden die u anders aan de bank voor een bedrijfskrediet zou hebben betaald. Die rentevergoeding zal veelal veel hoger zijn dan de rente die de werknemers ontvangen op een spaarsaldo bij de bank. De meerdere rente wordt bij uw werknemers niet aangemerkt als loon, mits de aangehouden rentevergoeding zakelijk is (dat wil zeggen niet hoger is dan aan derden - de bank - zou moeten worden betaald) én niet in de plaats komt van een deel van de reguliere arbeidsbeloning. Voor de werknemer is de meerdere rente - boven de 4% die bij hem in box 3 in de forfaitaire vermogensrendementsheffing wordt betrokken - belastingvrij. U als werkgever betaalt niet meer rente dan u anders aan de bank zou hebben betaald.
Als u een wat lagere rente afspreekt met uw werknemers, heeft u beiden voordeel bij deze opzet. Aan te raden is om bij een dergelijke 'interne' kredietverstrekking de werknemers een adequate zekerheidstelling te verstrekken.

Wanneer van belang?
Als uw werknemers hun laagrentende tegoeden bij banken willen omzetten in een lening aan de werkgever tegen een hogere rentevergoeding.

Welk voordeel?
De werkgever betaalt minder rente op het bedrijfskrediet en de werknemers ontvangen een hogere - boven de 4%: belastingvrije - rentevergoeding.


19. De fiscus controleert digitaal!

Veel werkgevers geven hun werknemers een vergoeding voor de kosten van de telefoon thuis, een tweede mobiele telefoon, een ISDN- of ADSL-abonnement om thuis zakelijk te kunnen internetten, de kosten van de provider en ga zo maar door. Die vergoeding is geheel of gedeeltelijk belastingvrij, binnen de grenzen van de wet, indien en voor zover de werknemer de desbetreffende voorzieningen zakelijk gebruikt. Zo is een vergoeding voor een tweede (mobiele) telefoon onbelast indien de werknemer die voor 90% of meer voor zijn werk gebruikt. Als werkgever moet u regelmatig controleren of de vergoeding voor dergelijke kosten - nog steeds - onbelast kan worden verstrekt. Dat houdt in dat u steekproefsgewijs moet nagaan of de werknemer de betreffende voorziening (in de vereiste mate) zakelijk gebruikt.
Houdt er rekening mee dat de fiscus het gebruik van een (mobiele) telefoon - maar ook van een ISDN- of een ADSL-aansluiting bij een internetprovider - (digitaal) kan controleren, door de betreffende gegevens op te vragen bij de aanbieders van die diensten. Als daarbij blijkt dat de werknemer deze voorzieningen niet of niet in de vereiste mate zakelijk gebruikt, kan de inspecteur de kostenvergoeding alsnog geheel of gedeeltelijk als nettoloon aanmerken. Met alle dure fiscale gevolgen van dien. Reden genoeg om nog dit jaar na te gaan of de kostenvergoedingen onbelast verstrekt kunnen worden: u voorkomt een naheffing loonbelasting en premies werknemersverzekering.

Wanneer van belang?
Als u uw werknemers een belastingvrije vergoeding verstrekt voor diverse zakelijke kosten.

Welk voordeel?
U voorkomt dat de kostenvergoedingen geheel of gedeeltelijk als nettoloon worden aangemerkt.


20. Kilometervergoeding of een auto van de zaak?

Het kabinet heeft voorgesteld per 1 januari 2004 de fiscale behandeling van zakelijk autogebruik - opnieuw - ingrijpend te wijzigen. De maximale belastingvrije vergoeding voor het zakelijk gebruik van een privé-personenauto wordt van € 0,28 verminderd tot € 0,17 per verreden kilometer. Deze vergoeding gaat gelden voor zakelijk gebruik van alle tot het privé-vermogen behorende vervoersmiddelen, dus ook voor een fiets, een bromfiets of een motor.
Voor het privé-gebruik van een auto van de zaak gaat een forfaitaire bijtelling gelden van 20% van de cataloguswaarde van de auto; de thans geldende variabele bijtelling - die oploopt naarmate het privé-gebruik van de auto van de zaak toeneemt, tot maximaal 25% - vervalt. De 20%-bijtelling is slechts te vermijden door aan te tonen dat met de auto van de zaak minder dan 500 kilometer. voor privé-doeleinden is gereden. Dat bewijs kan met een rittenadministratie of anderszins worden geleverd.
Voor de afweging tussen een auto van de zaak of een vergoeding per zakelijk verreden kilometer is voorts van belang dat het woon-werkverkeer vanaf 1 januari 2004 weer volledig als zakelijk autogebruik wordt aangemerkt. Daardoor vervallen de 60-dagenregeling, de carpoolregeling, de rayonbenadering bij het woon-werkverkeer en de grens tussen 10 en 30 kilometer enkele reis woon-werkverkeer.
Voor de bestelauto gaat dezelfde regeling gelden als voor een personenauto. Als de automobilist aantoont dat hij de bestelauto uitsluitend voor het woon-werkverkeer en voor zakelijke ritten gebruikt, blijft de bijtelling achterwege. De specifieke regelingen voor de 10%- en de 2,5%-bijtelling vervallen.

De nieuwe regeling noodzaakt tot een herbezinning bij werkgever én werknemer over de beste aanpak voor de kosten van het zakelijk autogebruik. Voor werknemers lijkt een auto van de zaak - in veel meer gevallen dan voorheen - de betere optie. Als u als werkgever deze afweging nog dit jaar meeneemt bij de besprekingen met de werknemer over diens salaris met de bijbehorende arbeidsvoorwaarden voor 2004, kunt u een eventuele overgang van een kilometervergoeding naar een auto van de zaak inpassen in de totale arbeidsbeloning.

Wanneer van belang?
Als u uw werknemers een belastingvrije vergoeding voor het zakelijk gebruik van een privé-personenauto verstrekt, ofwel hun een auto van de zaak ter beschikking stelt.

Welk voordeel?
Door nog dit jaar een hernieuwde afweging te maken tussen een kilometervergoeding ofwel een auto van de zaak, kunt u uw werknemer optimaal tegemoetkomen in de kosten van zakelijk autogebruik én de kosten daarvan inpassen in het totale beloningspakket.


21. Lagere kilometer-vergoeding, meer aansprakelijkheid voor verkeersongevallen!

Een werkgever kan aansprakelijk worden gesteld voor alle schade die een werknemer lijdt als gevolg van een verkeersongeval tijdens de uitoefening van zijn werk. Ook als de werknemer bij die zakelijke rit gebruik maakt van zijn privé-personenauto! De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft die aansprakelijkheid bevestigd op grond van de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer - de dienstbetrekking - én op grond van de redelijkheid en billijkheid. De aansprakelijkheid van de werkgever betreft alle materiële en immateriële schade die de werknemer lijdt door het verkeersongeval, dus ook op inkomstenderving, ziektekosten enz. bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Maakt de werknemer voor de zakelijke rit gebruik van zijn privé-personenauto, dan kan de werkgever zijn aansprakelijkheid slechts vermijden door de werknemer een adequate vergoeding voor dat zakelijk autogebruik te geven. Vereist is dan - zo heeft de Hoge Raad beslist - dat in die autokostenvergoeding een compensatie is begrepen voor (een evenredig deel van) de kosten van een ongevallenverzekering. En dat was in de berechte casus, waarin de werkgever de werknemer de standaardvergoeding van € 0,28 per zakelijk verreden kilometer had toegekend, niet het geval! Beslissend hierbij is de verhouding tussen de werkelijke exploitatiekosten per kilometer en de vergoeding voor het zakelijk autogebruik.

Het kabinet heeft voorgesteld per 1 januari 2004 de maximale belastingvrije vergoeding voor het zakelijk gebruik van een privé-personenauto terug te brengen van € 0,28 tot € 0,17 per kilometer; zie ook Belastingzaken 2003, nr. 8, pag. 5. Als de werkgever deze lagere autokostenvergoeding volgend jaar gaat hanteren, neemt het risico toe dat hij aansprakelijk kan worden gesteld voor de personen- én zaakschade van de werknemer als die met zijn privé-personenauto tijdens een zakelijke rit bij een verkeersongeval is betrokken. Als een vergoeding van € 0,28 per zakelijk verreden kilometer al geen compensatie biedt voor de kosten van een ongevallenverzekering, dan is dat bij een vergoeding van € 0,17 per kilometer al helemaal niet het geval.
De financiële gevolgen van een aansprakelijkheidsstelling kunnen zeer omvangrijk zijn. Een verstandige werkgever zat dit risico afdekken door een passende verzekering te sluiten. Bestaande verzekeringen bieden veelal geen soelaas. Zo biedt de motorrijtuigenverzekering geen dekking voor de letselschade van de bestuurder, en kent een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering een uitsluiting voor motorrijtuigen. Een ongevalleninzittendenverzekering biedt veelal slechts gedeeltelijk uitkomst vanwege de beperkte verzekerde bedragen. Door nog dit jaar een adequate verzekering af te sluiten gaat u het nieuwe jaar goed verzekerd in.

Wanneer van belang?
Als uw werknemers voor zakelijke ritten gebruik maken van een privé-personenauto en daarvoor de maximale belastingvrije vergoeding (van thans € 0,28 en straks € 0,17 per zakelijk verreden kilometer) ontvangen.

Welk voordeel?
U voorkomt dat u als werkgever moet opdraaien voor de personen- en zaakschade bij een verkeersongeval van uw werknemer.


22. Verhaal boetes en schade

Heeft een of meer van uw werknemers het afgelopen jaar tijdens werktijd met een auto van de zaak een verkeersovertreding begaan en daarvoor een boete gekregen? Als u die boete als werkgever betaald hebt - bijvoorbeeld omdat het kenteken van de auto op naam van de zaak staat - zorg er dan voor dat u die boete alsnog verhaalt op de betreffende werknemer(s). Doet u dat niet, dan kan de boete worden aangemerkt als een nettoloonbetaling. Dat kan u een forse naheffingsaanslag kosten over de - gebruteerde - boete, incl. verhoging en heffingsrente. Datzelfde geldt ook voor schade aan de auto die het gevolg is van onzorgvuldig gebruik van de auto door de werknemer.

De Hoge Raad heeft beslist dat een werkgever de verkeersboetes van zijn werknemers voor eigen rekening kan nemen en dat ter zake géén sprake is van nettoloon indien:

de (kentekens van de) auto's op naam staan van de werkgever; én
de werkgever geen contractuele mogelijkheid heeft om de boete te verhalen; én
de verkeersovertredingen niet het gevolg zijn van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
In de berechte casus was sprake van een transportonderneming, waarbij de vrachtwagenchauffeurs 'onder druk van de moordende concurrentie in de branche' bij herhaling harder reden dan de toegestane maximumsnelheid en daarvoor bekeurd werden. Zie ook Belastingzaken 2001, nr. 1, pag. 5.

Wanneer van belang?
Als u het afgelopen jaar boetes betaald hebt voor verkeersovertredingen die door werknemers zijn begaan. Ofwel als u schade voor uw rekening hebt genomen die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik van de auto door de werknemer.

Welk voordeel?
U voorkomt een naheffing van loonbelasting en premies.


23. Vaste kostenvergoedingen: zorg voor onderbouwing

Verstrekt u vaste kostenvergoedingen aan uw medewerkers? Houd er dan rekening mee dat u verplicht bent om die kostenvergoedingen op verzoek van de inspecteur te specificeren en te onderbouwen. Het is onverstandig om zo'n onderbouwing pas op te stellen als de inspecteur daarom vraagt. Vraag enkele van uw werknemers om twee maanden lang alle kosten (per kostensoort) bij te houden en de bijbehorende bonnen te bewaren. Met de uitkomst van deze steekproef kunt u beoordelen of de verstrekte kostenvergoeding nog acceptabel is of dat die moet worden aangepast met ingang van het nieuwe jaar.
Verder moet u een specificatie van de vaste kostenvergoedingen voorhanden hebben. Daaruit moet in ieder geval blijken welke kosten(soorten) worden vergoed en tot welke bedragen. Als uw administratie op dit punt niet op orde is, kan en zal de inspecteur de kostenvergoeding tot het belastbare loon rekenen.

Wanneer van belang?
Indien u vaste kostenvergoedingen verstrekt aan uw medewerkers.

Welk voordeel?
Door een - steekproefsgewijze - onderbouwing van de kostenvergoeding op te (doen) stellen beperkt u het risico dat de inspecteur - een deel van - de vergoeding tot het belastbare loon kan rekenen. Voorts wordt de kostenvergoeding beter afgestemd op de daadwerkelijke kosten van uw medewerkers.


24. Onregelmatige diensten vergoed?

Hebben uw medewerkers dit jaar onregelmatige of continue diensten gedraaid? Zo ja, dan kunt u hen een belastingvrije vergoeding geven voor de extra kosten van verlichting, verwarming, verpieterde maaltijden, enz. De belastingvrije vergoeding bedraagt € 1,13 per gewerkte middag- of avonddienst en € 0,68 per nachtdienst. Alleenstaande werknemers vallen buiten de regeling: zij worden geacht geen extra kosten te hebben. De vergoeding voor onregelmatige diensten in 2003 moet bij voorkeur nog dit jaar toegekend en uitgekeerd worden.

De kostenvergoeding moet afzonderlijk naast het loon worden uitbetaald.

Wanneer van belang?
Indien uw werknemers in onregelmatige of continue diensten werken.

Welk voordeel?
Een belastingvrije vergoeding van € 1,13 of € 0,68 per dienst kan op jaarbasis aardig oplopen.


25. Opteren voor de loonbelasting

Freelancers kunnen tezamen met hun opdrachtgever er voor kiezen om hun arbeidsverhouding als een dienstbetrekking te laten aanmerken en zo hun inkomsten onder de heffing van loonbelasting te brengen. Voor een dergelijke optie is niet vereist dat sprake is van een duurzame arbeidsverhouding. De belastingplichtige kan volstaan met een melding aan de inspecteur, bestaande uit een verklaring van hemzelf én van degene die als inhoudingsplichtige zal gaan fungeren dat de arbeidsverhouding als een dienstbetrekking moet worden aangemerkt. Die melding moet worden ingediend vóór de eerste 'loonbetaling' plaatsvindt.
Opteren voor de loonbelasting kan voor freelancers én voor hun opdrachtgevers voordelig uitpakken omdat gebruik kan worden gemaakt van diverse fiscaal vriendelijke beloningsvormen, zoals de bedrijfsspaarregelingen, een pc-privé-regeling, belastingvrije reiskostenvergoedingen enz. Als ondernemer kunt u de voor u werkzame freelancers ter wille zijn door in te stemmen met hun optieverzoek voor de loonbelasting. Door een en ander al dit jaar af te stemmen, kunt u direct in 2004 beginnen met fiscaal vriendelijk belonen.

Opteren voor een dienstbetrekking heeft uitsluitend betrekking op de loonheffing, niet op de heffing van werknemersverzekeringen en het arbeidsrecht!

Wanneer van belang?
Als u met freelancers werkt.

Welk voordeel?
De freelancer kan diverse fiscaal vriendelijke beloningsvormen worden toegekend, waardoor zijn nettokosten voor u als werkgever lager uitkomen.


26. Afdrachtvermindering lage lonen: gefaseerd afgeschaft

De wet biedt u als werkgever de mogelijkheid om een korting te krijgen op de door u af te dragen loonheffing voor werknemers met een laag loon. Door deze kortingsregeling moet u minder loonheffing afdragen dan het bedrag dat u overeenkomstig de voorschriften heeft ingehouden op het loon van de werknemer. De regeling biedt u zodoende als werkgever een voordeel, de werknemer krijgt geen voordeel.
De lage-lonenkorting is sinds 1 januari 2003 beperkt tot werknemers van 23 jaar en ouder én wordt gefaseerd afgeschaft. U krijgt de korting voor werknemers die niet meer verdienen dan 115% van het minimumloon. Voor een meerderjarige werknemer is dat € 1.464 per maand. De afdrachtvermindering bedraagt bij een volledig dienstverband (van ten minste 36 uur per week) maximaal € 1.687 per jaar. Gaat de werknemer meer verdienen dan 115% van het voor hem geldende minimumloon, dan vervalt de korting.

Wanneer van belang?
Als u werknemers in dienst heeft die het minimumloon verdienen of iets meer.

Welk voordeel?
Een korting op de af te dragen loonheffing over 2003 van maximaal € 1.687 per werknemer.


27. Benut de scholingaftrek - voor de laatste keer!

In het Belastingplan 2004 is voorgesteld om de scholingsaftrek per 1 januari 2004 af te schaffen. Daarmee vervalt de extra aftrek voor scholingskosten (van 40% over de eerste € 31.000 aan scholingskosten mits de totale scholingkosten in 2003 lager zijn dan € 129.000, en 20% in de overige gevallen). Alle reden voor u en uw medewerkers om nog dit jaar nog een cursus te volgen en de extra aftrek te verwerven.
Voor de non-profitsector bestaat een vergelijkbare regeling, maar dan in de vorm van een loonafdrachtvermindering. Die vermindering op de af te dragen loonheffing bedraagt 12% van de scholingskosten; zijn de scholingskosten lager dan € 129.000 dan bedraagt de vermindering 19% voor de eerste € 31.000 aan scholingskosten. Non-profitinstellingen kunnen nog dit jaar de scholingskosten voor 2004 vooruitbetalen, en zo in 2003 - voor de laatste keer - de loonafdrachtvermindering benutten.

Wanneer van belang?
Als u de scholingsaftrek dit jaar nog niet volledig hebt benut. Of, bij non-profitinstellingen, als ook in 2004 scholingskosten voor het personeel zullen worden gemaakt.

Welk voordeel?
Door nog dit jaar scholingskosten te maken, of bij non-profitinstellingen de kosten voor scholing in 2004 dit jaar vooruit te betalen, kan de scholingsaftrek c.q. de loonafdrachtvermindering voor scholingskosten optimaal worden benut.


28. Kinderopvang vergoeden? Wacht tot volgend jaar

Wilt u als werkgever de kosten van kinderopvang (voor kinderen tot 13 jaar) van een of meer van uw werknemers voor uw rekening gaan nemen in het kader van een à la carte beloning?Dan kunt u beter even wachten en dat volgend jaar gaan doen. Een werkgever die kinderopvangkosten voor zijn werknemers maakt, heeft recht op een loonafdrachtvermindering - een korting op de af te dragen loonheffing - van 30% van die kosten. Die aftrek wordt per 1 januari 2004 verhoogd tot 50% over de eerste € 21.400 aan kinderopvangkosten, voor de meerdere kosten blijft de aftrek 30%. Financiën wil met deze eenmalige intensivering stimuleren dat werkgevers in het MKB meer kinderopvangplaatsen gaan aanbieden aan hun medewerkers.

Wanneer van belang?
Als u als werkgever de kosten van kinderopvang van uw werknemers voor uw rekening wilt gaan nemen.

Welk voordeel?
Door de kinderopvangkosten op te schorten tot 2004 krijgt u 20% extra aftrek op de eerste € 21.400 aan kosten. Dat levert u een voordeel op van ruim € 4.000!


29. Voer nog dit jaar de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof in

Als een werknemer ouderschapsverlof opneemt en zijn werkgever betaalt hem/ haar tijdens die verlofperiode een deel van het salaris door, dan heeft de werkgever recht op de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof. Die afdrachtvermindering kan leuk oplopen: bij doorbetaling van € 933 loon per maand aan een werknemer van 23 jaar of ouder (die geen vakantiebonnen heeft) bedraagt de korting op de af te dragen loonheffing € 466.
De afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof gaat per 1 januari 2004 vervallen vanwege de invoering van de levensloopregeling en een tijdelijke ouderschapsverlofkorting. Dankzij de overgangsregeling kan de afdrachtvermindering ook nog in 2004 worden toegepast, mits de werknemer in 2004 ouderschapsverlof geniet waarbij loon wordt doorbetaald krachtens een per 31 december 2003 bestaande collectieve arbeidsovereenkomst, dan wel een door de werkgever getroffen regeling die voor ten minste driekwart van de werknemers openstaat. Door nog dit jaar een dergelijke regeling in te voeren stelt u als werkgever de afdrachtvermindering over 2004 veilig. Dat geldt ook de vermindering wegens het aan de DGA doorbetaalde loon tijdens diens ouderschapsverlof in 2004!

Wanneer van belang?
Als uw werknemers - of u als DGA - in 2004 ouderschapsverlof willen opnemen en u als werkgever in die periode het loon gedeeltelijk doorbetaald.

Welk voordeel?
Door de regeling nog dit jaar in te voeren stelt u de loonafdrachtvermindering voor 2004 veilig.


30. Salarisadministratie 2004

De belastingtarieven en forfaitaire bedragen - voor vergoeding van diverse kostensoorten, de waardering van loon in natura, enz. - veranderen elk jaar. De in de (salaris)administratie verwerkte bedragen moeten derhalve per 1 januari weer worden aangepast. Door die wijzigingen nog dit jaar door te voeren, heeft u een goede start in 2004.

Wanneer van belang?
Voor iedere ondernemer met personeel.

Welk voordeel?
Actie nu betekent een goede start in het nieuwe jaar.


31. Voorkom BTW-herziening

Indien een BTW-plichtige ondernemer een bedrijfspand bouwt of koopt, kan hij de BTW op de aanschaffingskosten als voorbelasting verrekenen. Wordt het pand binnen 10 jaar zonder BTW verkocht, dan moet een evenredig deel van de destijds verrekende BTW alsnog worden terugbetaald. Dit werkt aldus: bij verkoop na een jaar moet 90% worden terugbetaald, na twee jaar 80%, na drie jaar 70%, enz. Bent u van plan een dergelijk bedrijfspand zonder BTW te verkopen, dan kan het voordelig zijn de verkoop uit te stellen tot januari 2004: de herziening is dan 10% lager dan bij verkoop in 2003.
U kunt de BTW-herziening volledig voorkomen door te opteren voor een BTW-belaste levering. Voor de koper begint dan een nieuwe herzieningstermijn te lopen.

De BTW-herziening geldt ook voor roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting moet afschrijven. Bij dergelijke roerende zaken wordt de BTW-aftrek vijf jaar gevolgd en zo nodig herzien indien een wijziging optreedt van belast naar vrijgesteld gebruik of omgekeerd.

Wanneer van belang?
Als u een pand of een roerende zaak denkt te verkopen zonder BTW en daardoor een deel van eerder verrekende BTW moet terugbetalen.

Welk voordeel?
Uitstel van de verkoop tot januari 2004 scheelt bij een pand 10% aan terug te betalen BTW. Bij roerende zaken waarop u afschrijft scheelt het 20%.


32. Vraag BTW op dubieuze debiteuren terug!

Heeft u over 2003 dubieuze debiteuren die niet meer kunnen betalen? Dan kunt u bij de inspecteur een verzoek indienen tot teruggave van de ter zake door u afgedragen BTW. Bij het verzoek moet u bewijsstukken voegen waaruit blijkt dat de debiteuren (waarschijnlijk) niet meer zullen betalen. Dien het verzoek om teruggave in bij de laatste BTW-aangifte over 2003, of in ieder geval direct na het vaststellen van de jaarrekening. Wordt het verzoek te laat ingediend, dan kan de inspecteur de teruggaaf weigeren.

Wanneer van belang?
Als u dubieuze debiteuren heeft die hun schuld niet meer zullen c.q. kunnen betalen.

Welk voordeel?
Door het verzoek tijdig in te dienen, stelt u de BTW-teruggave veilig.


33. BTW op vergoedingen voor auto-, reis- en verblijfkosten

Tot 1 oktober van 2002 kon u als werkgever forfaitair 12% BTW in aftrek brengen op de vergoedingen voor zakelijke autokosten (tot ten hoogste € 0,28 per kilometer) aan uw werknemers. Diezelfde forfaitaire 12% BTW-aftrek gold ook voor de vergoeding van de zakelijke reis- en verblijfkosten van uw medewerkers. Beide forfaitaire aftrekregelingen zijn vervallen, omdat die in strijd waren met de EG-richtlijn. Zie ook Belastingzaken 2002, nr. 7, pag. 5.
Indien u de BTW-aftrek op dergelijke kosten wil behouden, moet u - zo spoedig mogelijk - de wijze van declareren van deze kosten aanpassen. U kunt bijvoorbeeld uw werknemer een brandstofpas geven en regelen dat de pomphouder een correcte factuur voor de op die pas geleverde brandstof bij u indient. Voor zover de BTW dan betrekking heeft op zakelijke ritten, kunt u deze BTW aftrekken (mits u uiteraard een BTW-plichtige ondernemer bent). Eenzelfde aanpak is aan te raden voor de reis- en verblijfkosten die uw ambulante werknemers maken. Bij deze kostensoorten is dat eenvoudig te regelen: indien de hotelier de factuur op naam van het bedrijf zet en die rechtstreeks naar de werkgever toestuurt, kan die de BTW ter zake zonder meer in aftrek brengen.

Wanneer van belang?
Indien uw werknemers hun privé-auto voor zakelijke doeleinden gebruiken en u de daarmee gemoeide kosten wil vergoeden. Of als uw werknemers hun (te declareren) reis- en verblijfkosten voorschieten.

Welk voordeel?
Door het declaratiepatroon nog dit jaar te wijzigen behoudt u de BTW-aftrek op dergelijke bedrijfskosten.


34. BTW / loonbelasting / premies over 2003

Het jaar loopt ten einde. Gecheckt moet worden of de BTW en loonbelasting tot de juiste bedragen zijn afgedragen. Na herrekening moeten vaak nog suppletieaangiften worden gedaan. Eventuele na te betalen bedragen kunt u tot 1 april 2004 zonder fiscale consequenties voldoen; na die datum wordt rente in rekening gebracht over het na te betalen bedrag. Ook kan de inspecteur de verschuldigde belasting met een boete naheffen.
Financiën heeft in 2000 goedgekeurd dat een verzuimboete achterwege blijft bij een vrijwillige verbetering - die moet plaatsvinden vóórdat de ondernemer weet of redelijkerwijs moet weten dat de inspecteur op de hoogte is van de onjuiste afdracht ofwel daar op korte termijn achter zal komen - indien minder dan € 1.134 aan belasting moet worden bijbetaald, ofwel als € 1.134 of meer moet worden bijbetaald, maar minder dan € 11.345 én minder dan 10% van de belasting die over het betreffende tijdvak verschuldigd is. Zie ook Belastingzaken 2000, nr. 2, pag. 5.
Controleer ook of de voorschotnota's van de uitvoeringsinstelling correct zijn. Als u verzuimd heeft een uitbreiding van het personeelsbestand door te geven, waardoor de voorschotnota te laag uitpakt, kan u dat een boete van 100% opleveren.

Wanneer van belang?
Als u niet zeker bent dat de afdracht van BTW, loonheffing en premies in 2003 correct is geschied en herrekening mogelijk tot nabetaling zal leiden.

Welk voordeel?
U bespaart rente en mogelijk ook een boete over het na te betalen bedrag.






 


Aangeboden door: n1-ongevallenverzekering.nl/
Wilt u meer informatie over ongevallenverzekeringen, druk dan op F5. Onze database zoekt dan naar meer informatie over ongevallenverzekeringen.

I8 financieelnieuws - ongevallenverzekering ©2005